Vrijmetselaarsrituelen (deel 2)

Bij het vorige deel zagen we reeds dat men niets krijgt voor niets. Het leven in een maatschappij en met anderen heeft zijn prijs.  Iedereen weet zich uniek, door zijn eigen naam en eigen ervaringen. Er is het  ‘ik’ en het  ‘mij’ waar men steeds mee begaan is. Mensen zijn zich bewust van hun eigen complexiteit. Toch is er iets in de mens, het is een soort innerlijke nostalgie,  om zichzelf met anderen te verbinden.

Door herhaaldelijk de vrijmetselaarsrituelen mee te maken, groeit er bij de Broeder een verlangen om zich één te voelen met de anderen. Zo ervaart hij de drang om de verschillende aspecten van zijn persoonlijkheid te zien als een onderdeel van een groter geheel. Het wordt een bijzondere ervaring: de verovering van de ware autonomie.  Het wordt het zichzelf blijven in een verruimde wereld.

Het belangrijk te beseffen dat de symbolen bij deze rituelen voor elke broeder iets anders kunnen betekenen. De belevenis van de rituelen is iets persoonlijks. Geen enkel symbool draagt een voorgeschreven betekenis. Het is zoals de Achtbare Broeder Raoul Berteaux ooit verklaarde ‘De universele symbolen hebben slechts zin als de personen die ermee omgaan in staat zijn om ze te ontdekken’.

Als hij er voor open staat kunnen de rituelen een Broeder in staat om een persoonlijke en geprivilegieerde vorming te krijgen. Ze kunnen zijn toekomst beïnvloeden vanuit het verleden en heden. We kunnen stellen dat de uitleg van de symbolen en rituelen dan nooit algemeen zijn.   In feite maken ze mechanismen los die dicht bij zijn eigen leven staan. Ze kunnen zijn persoonlijke gevoelens raken, nieuwe gedachten opwekken, en een leven met meer spiritualiteit stimuleren. Zo wordt de vrijmetselarij een methode om het leven van een broeder te verruimen en te verdiepen.

Naar Pistis, Meester Vrijmetselaar.

Vertaling Johan De Vos