Tot wie richt de traditionele vrijmetselarij zich ?

De vrijmetselarij richt zich tot mannen die (zo staat het in de eigen voorschriften) “erkend worden als eerlijk, vrij en van goede zeden, die een goede naam hebben en rechtschapen, trouw en discreet zijn”. Met andere woorden, de vrijmetselarij richt zich tot mannen die in een Opperwezen geloven en die zij selecteert op basis van hun menselijke kwaliteiten en persoonlijke verdiensten, zonder daarbij onderscheid te maken op basis van ras, seksuele geaardheid, godsdienst of nationaliteit.

De vrijmetselarij is bestemd voor elk modern individu voor wie de zoektocht naar de zin van het leven en de persoonlijke ontwikkeling een werk is dat nooit voltooid is.

De kandidaat-vrijmetselaar die zich tot de vrijmetselarij richt, wordt geacht open van geest te zijn en de waarden van eerlijkheid, tolerantie, gewetensvrijheid en begrip voor anderen te onderschrijven.

Hij moet uiteraard ontvankelijk zijn voor de bijzondere methode van de traditionele vrijmetselarij (de symboliek) en duidelijk, bewust en uit vrije wil de kenmerken aanvaarden die haar zo uniek maken. Haar grondslagen en regels vormen een coherent en volledig geheel waar niet aan geraakt kan worden en die in de Constitutie van de RGLB beschreven zijn.

Elke man die oprecht de “Koninklijke Kunst” wenst te beoefenen, moet regelmatig en blijvend tijd besteden aan de individuele arbeid en in het bijzijn van andere mannen willen vertoeven die met hem dezelfde wens delen inzake persoonlijke ontwikkeling en vooruitgang.

Hij moet zich ten volle bewust zijn van zijn plichten ten opzichte van de anderen, zijn gezin, zijn vaderland en de mensheid. Altruïsme is voor hem een tweede natuur en zijn positieve ingesteldheid tegenover de overdracht naar de volgende generaties is even groot als zijn belangstelling voor wat is overgeleverd door de vorige generaties.

In zijn omgeving spant hij zich in om het voorbeeld te tonen. Hij doet aan liefdadigheid zonder daar veel misbaar over te maken en volgens de middelen waarover hij beschikt. Hij leeft de democratische regelgeving van zijn land na.

De minimumleeftijd om vrijmetselaar te worden is 21 jaar. Toch vergen de vragen die men zich bij deze persoonlijke zoektocht stelt, een zekere mate van maturiteit die men alleen door ervaring en dus na verloop van tijd kan opdoen.

Hoe groot ook het respect is voor vrouwen, de traditionele vrijmetselarij laat alleen mannen tot de initiatie toe. Het gaat daarbij niet om een of andere vorm van vrouwendiscriminatie, maar wel om de strikte toepassing van de initiatieke regels en gebruiken die ouder zijn dan de vrijmetselarij zelf en waarbij ook rekening wordt gehouden met het persoonlijke, ja zelfs intieme karakter van de arbeid in de loge. Deze arbeid zou kunnen lijden onder psychologische spanningen of relationele problemen, die hun sporen zouden kunnen nalaten in een besloten en gemengd genootschap. Er bestaan overigens maçonnieke organisaties die niet gekozen hebben voor de regulariteit en die bestemd zijn voor vrouwen en soms uitsluitend voor vrouwen en die alle waardering verdienen.

Waartoe verbindt een vrijmetselaar zich?

In onze huidige maatschappij lijken de rechten van het individu de bovenhand te halen op zijn plichten. Toch krijgen die rechten slechts zin als ze worden bekeken in het licht van de plichten die daar tegenover staan. In dat opzicht is de vrijmetselarij een organisatie van plichten. Hoe moeten we het voorgaande dan interpreteren? De zoekende mens zal vroeg of laat tot het besef komen dat hij eerst in het reine moet komen met zichzelf vooraleer van de anderen en van de samenleving hetzelfde te verwachten. Dat aanvaarden betekent voor de vrijmetselaar dat hij een aantal plichten op zich neemt ten opzichte van zichzelf en van de anderen. Vandaar dat…

… de vrijmetselaar zich oprecht verbindt om aan zelfarbeid te doen (op zijn eigen ritme);

… hij de beloften nakomt die hij uit vrije wil heeft afgelegd ten aanzien van de regels van de maçonnieke Orde, zoals bepaald in de Constitutie;

… hij de grondslagen begrijpt en aanvaardt die hebben geleid tot het opstellen van de voorschriften van de vrijmetselarij, o.a. het verbod om loges te bezoeken van obediënties die niet dezelfde regels toepassen als de traditionele en reguliere vrijmetselarij;

… hij de nodige discretie aan de dag legt ten opzichte van de buitenwereld, maar ook tegen over diegenen die op hun maçonnieke parcours nog niet hetzelfde niveau hebben bereikt als hij. Hij verbindt er zich met name toe om niets te onthullen tenzij hij daar uitdrukkelijk de toelating voor krijgt;

… hij zich inspant om op de zittingen aanwezig te zijn en aan zelfarbeid te doen, zonder zich aan zijn familiale en professionele verplichtingen te onttrekken. Hij komt zijn plichten tegenover de maatschappij na en heeft oog voor zijn naasten;

… hij er alles aan doet om de morele wetten na te leven en naar de anderen te luisteren.