Wat stelt de traditionele vrijmetselarij voor in de wereld?

Tableau de loge GLRB

De traditionele vrijmetselarij is aanwezig in alle landen waar de overheid haar activiteiten beschermt, toelaat of tolereert. De term “regulier” slaat op het feit dat zij de regels en tradities van de oorspronkelijke instelling naleeft, zoals die overal in de wereld worden aanvaard en die het succes uitmaken van de Orde omdat ze aan de verwachtingen van de leden beantwoorden. Momenteel zijn er in de hele wereld ongeveer 2,5 tot 3 miljoen vrijmetselaars, waarvan zo’n 26.000 in België (cijfers van 2017). Daarvan zijn er ca. 2.000 traditionele vrijmetselaars (lid van de RGLB).

Een gedecentraliseerde structuur… 

De vrijmetselaars zijn in loges gegroepeerd onder het gezag van een Meester van de loge of “Achtbare Meester” die voor een beperkte duur is verkozen (1 tot 3 jaar). De loges zelf vallen dan weer onder een “Grootloge” die meestal per land is georganiseerd.

Er bestaat geen centrale organisatie die gezag heeft over het geheel van de vrijmetselarij in de wereld. Aangezien de structuren van de maçonnieke Orde nationaal zijn georganiseerd, is er per land slechts één “Grootloge” die de exclusieve jurisdictie heeft over alle reguliere loges van dat land. In bepaalde landen zoals de Verenigde Staten bestaat er een Grootloge per staat.

De Reguliere Grootloges – er zijn er in de wereld iets meer dan honderd – werken autonoom, onafhankelijk en soeverein. Elke Grootloge vertoont een eigen karakter met specifieke gebruiken die in zekere mate de lokale mentaliteit en traditie weerspiegelen. Alle Grootloges zijn echter onderling verbonden door een consensus ten aanzien van de beginselen en de gebruiken die de noodzakelijke grondslag van de reguliere vrijmetselarij vormen. Deze gemeenschappelijke criteria worden met een Engelse term aangeduid: de «Landmarks». Deze “landmerken” geven de grenzen aan die niet mogen worden overschreden, zoniet begeeft men zich buiten het domein van de Orde.

De traditionele vrijmetselarij vertegenwoordigt meer dan 80% van het totaal aantal organisaties ter wereld die aangeven dat ze een vorm van vrijmetselarij beoefenen. Hoewel al die organisaties eerbiedwaardig zijn, onderhouden de Obediënties van de traditionele vrijmetselarij die zich op de fundamentele basisregels baseren, geen officiële contacten met organisaties die een andere vorm van vrijmetselarij beoefenen.

Wat is de geschiedenis van de vrijmetselarij in België?

De vrijmetselarij dook op in Parijs in 1726 en verspreidde zich daarna geleidelijk in onze streken (die toen tot de Oostenrijkse Nederlanden behoorden), het prinsdom Luik en de noordelijke Nederlanden (vóór het ontstaan van het Grootoosten van België in 1833).

De ontwikkeling van het vrijmetselaarslandschap in ons land toont veel gelijkenissen met wat er in Frankrijk gebeurde. De historische en politieke omstandigheden speelden daarbij een grote rol, o.a. de strijd tegen de overheersende invloed van de Kerk en van de katholieke partij op sociaal, politiek en cultureel vlak.

In de loop der jaren kon het Grootoosten van België de verleiding niet weerstaan om “naar buiten te treden” en nam het een steeds radicalere houding aan. Als gevolg van het politieke klimaat liet het in 1854 discussies over politiek en godsdienst toe in de loges. Dit in tegenstelling tot de landmarks van de universele vrijmetselarij. Het Grootoosten liet ook kandidaten toe die getuigden van een fervent atheïsme en schrapte in 1872 eveneens de verwijzing naar de Opperbouwmeester van het Heelal. Deze twee elementen droegen ertoe bij dat deze loges zich steeds meer verwijderden van de gebruiken van de universele vrijmetselarij.

Omwille van deze toestand richtten vijf loges in 1959 de Grootloge van België op, die opnieuw wilde aanknopen met de universele vrijmetselarij. Ze nam een Constitutie aan waarvan de inleidende verklaring voldeed aan de principes van de maçonnieke regulariteit. Op basis hiervan werd de nieuwe Grootloge erkend door haast alle Grootloges in de wereld. Helaas bleek na verloop van tijd dat de Constitutie onvoldoende expliciet was, want al vrij spoedig waren er tekortkomingen die eerst weinig verontrustend leken, maar die in de loop der jaren een scherper karakter kregen. Het ging zelfs zo ver dat de basisprincipes ook door de leiders van de Obediëntie in vraag werden gesteld en dat sommigen onder hen ze zelfs volledig wilden uithollen. Als gevolg van de dubbelzinnigheid die aldus was ontstaan, verloor de Grootloge van België in het voorjaar van 1979 de erkenning van verscheidene Grootloges en werd het duidelijk dat praktisch al de overige Grootloges dit voorbeeld zouden volgen.

Enkele vrijmetselaars van de Grootloge van België bleven echter trouw aan hun engagement en aan de originele regels van de universele vrijmetselarij en wilden daarom tegen deze gang van zaken reageren. Op 15 juni 1979 werd door negen loges de Reguliere Grootloge van België (RGLB) opgericht.

Op die manier bevindt ons land zich in een eerder ongewone situatie met zeven Obediënties. Samen vertegenwoordigen zij twee maçonnieke strekkingen: een traditionele en reguliere strekking (ruim in de meerderheid in de wereld en waarvan alleen de RGLB deel uitmaakt), die vooral spiritueel gericht is en dus de ontwikkeling van de mens centraal stelt) en een andere strekking die meer op de maatschappij gericht is (vooral in Frankrijk en België) en die vrijwillig afstand heeft gedaan van de universele basisregels. Dit fenomeen heeft zich vooral bij ons voorgedaan (nog voor het in Frankrijk ingang vond) en is met name gericht op het veranderen van de samenleving doordat de Obediëntie in naam van haar leden bepaalde standpunten inneemt.

GLRB