Woordenlijst

Bepaalde termen die in deze brochure worden gebruikt, behoren tot het typische maçonnieke jargon. In deze woordenlijst geven wij er een definitie van, zodat u als lezer een beter begrip van de teksten zou hebben. Het is geenszins de bedoeling om een exhaustieve, wetenschappelijke terminologielijst op te stellen. Daarvoor dienen de talrijke referentiewerken die voor het grote publiek toegankelijk  zijn. 

Achtbare meester: duidt de voorzitter van een loge aan. De achtbare meester wordt door de logeleden verkozen voor een bepaalde periode (1 tot 3 jaar).

Constitutie van Anderson: basistekst van de speculatieve vrijmetselarij, opgesteld in 1723 door dominee en vrijmetselaar James Anderson. Deze tekst kende daarna meerdere edities.

Drie punten-teken: dient voor de vrijmetselaars om woorden af te korten. Zo wordt broeder geschreven als Br:., een term die de vrijmetselaars in het algemeen voor elkaar gebruiken.

Gezel: tweede maçonnieke graad.

Graden: bepalen de hiërarchische status van de vrijmetselaar tijdens zijn initiatiek parcours. De vrijmetselarij kent drie symbolische graden: Leerling, Gezel en Meester.

Grootcomité: bij de RGLB gaat het om een soort “regering” van de Obediëntie. Het Grootcomité is belast met de coördinatie van de activiteiten van de verschillende loges die deel uit maken van de RGLB (een zestigtal). Het bestaat uit negen leden die onder leiding van de Grootmeester staan en gekozen zijn uit alle loges. Zij worden voor een periode van vier jaar aangesteld.

Grootloge: een synoniem voor Obediëntie (zie ook verder in woordenlijst).

Grootmeester: voorzitter van de Grootloge. De Grootmeester wordt door de vertegenwoordigers van de verschillende loges van de Obediëntie verkozen, meestal voor een periode van één tot vier jaar.

Het Boek van de Heilige Wet: meestal gaat het om een van de drie heilige boeken: de Bijbel, de Thora en de Koran. Zij vertegenwoordigen de wet in de sacrale betekenis van het woord, m.a.w. de hoogste spirituele autoriteit waarop de vrijmetselarij zich inspireert.

Initiatie: formeel opnameproces in de vrijmetselarij. Een kandidaat wordt ingewijd volgens een welbepaald toegangsrituaal waardoor hij de status van Leerling krijgt ten overstaan van de andere vrijmetselaars.

Koninklijke Kunst: synoniem van “vrijmetselarij”. Deze benaming blijkt zijn oorsprong te hebben in de middeleeuwen om de werkzaamheden van de alchemisten aan te duiden.

Landmark: is een typische maçonnieke term die gebruikt wordt om de basisregels en principes te beschrijven die bepalen wat in de ogen van de Grootloge van Engeland al dan niet tot de maçonnieke praktijken behoort. M.a.w. de fundamentele beginselen die de maçonnieke ruimte afbakenen. Bijvoorbeeld: het geloof in een Opperwezen, het pad van de symboliek, de aanwezigheid van de Bijbel tijdens zittingen enz. Of een Obediëntie deze “Landmarks” respecteert, bepaalt of zij al dan niet als Regulier wordt beschouwd.

Leerling: eerste maçonnieke graad.

Loge: betekent enerzijds een gemeenschap van vrijmetselaars die een geheel vormen. Anderzijds duidt de term ook het speciaal ingerichte lokaal aan waar de vrijmetselaars  samenkomen.  Synoniem: werkplaats.

Maçonnieke regulariteit: in de vrijmetselarij werd de definitie van “regulariteit” verschillende keren aangepast en werden de criteria ervan in de loop der eeuwen steeds duidelijker geformuleerd. De term is overigens ook onderwerp van discussie onder experts, maar daar kunnen we in het kader van deze beknopte brochure niet verder over uitweiden. In de moderne vrijmetselarij wordt als “regulier” beschouwd een maçonnieke Obediëntie of een loge (en bijgevolg de vrijmetselaars die er deel van uitmaken), die de regels en tradities naleven, zoals die in de loop der jaren werden bepaald door de oorspronkelijke instelling, opgericht in Londen in 1717 (zie ook de definitie van “Landmark”).

Meester: derde maçonnieke graad.

Obediëntie: koepel van afzonderlijke loges. Samen vormen zij één organisatie met een gemeenschappelijke administratie. De Obediëntie staat in voor de coördinatie van de loges binnen haar rechtsbevoegdheid en bepaalt o.m. de regels en de manier waarop de loges samenkomen en hun vergaderingen houden. Synoniem: Grootloge.

Opperbouwmeester van het Heelal: naam gegeven aan het Opperwezen. Centraal staat het principe van de schepping.

Orde: is een aanduiding van de vrijmetselarij als organisatie.

Profaan: duidt een persoon aan die niet is ingewijd of opgenomen in de vrijmetselarij. Bij uitbreiding alles wat buiten de vrijmetselarij staat.

Rituaal: heeft betrekking op de manier waarop de werkzaamheden en zittingen in de loge verlopen. Die werkwijze staat beschreven in teksten waarin duidelijk wordt gemaakt hoe een zitting wordt geopend en gesloten, hoe men zich tijdens een zitting verplaatst, welk protocol men hanteert om het woord te nemen enz.

RGLB : De Reguliere Grootloge van België.

Ritus: heeft betrekking op de organisatie van de graden (Leerling, Gezel, Meester) en de bijbehorende ritualen.

Voorbeeld: de Franse ritus, de aloude en aangenomen Schotse ritus, de moderne ritus enz.

Schootsvel: ritueel kledingstuk uit leder of stof dat tijdens zittingen door de vrijmetselaars wordt gedragen. De specifieke vestimentaire accessoires die de vrijmetselaars tijdens rituele vergaderingen dragen (handschoenen, schootsvel enz.) worden ook “regalia” genoemd.

Tempel: gebouw waar de maçonnieke vergaderingen plaatsvinden.

Traditie: in de maçonnieke betekenis is dit de som van alle vragen, bezorgdheden, verwachtingen en waarden die van generatie tot generatie overgedragen worden en die samen het spirituele patrimonium van de mensheid vormen.

Traditionele vrijmetselarij: het gaat hier om de vrijmetselarij die trouw is gebleven aan de principes/basisregels zoals opgesteld bij de officiële oprichting in 1717. Dat is het geval voor de vrijmetselarij, beoefend door de RGLB. Er bestaan vandaag ook andere vormen van vrijmetselarij die zich van deze basisprincipes (of “Landmarks”, zie elders in deze woordenlijst) hebben afgewend, met name in verband met het geloof in een Opperwezen, het lidmaatschap voor vrouwen en het toelaten van discussies over politieke, religieuze en maatschappelijke kwesties tijdens rituele vergaderingen.

Werkzaamheden: duidt de activiteiten van de loge tijdens de vergaderingen aan. De werkzaamheden bestaan o.a. uit ritualen, uiteenzettingen enz.

Zitting: maçonnieke vergadering die volgens een bepaald rituaal verloopt.