Hoe wordt men lid van de Reguliere Grootloge van België?

Het hart op de juiste plaats en rechtgeaard

Meestal wordt een kandidaat benaderd en daarna voorgedragen door een vrijmetselaar die de betrokkene al kent. De vrijmetselaar is dan van mening dat het lidmaatschap van de vrijmetselarij niet alleen heilzaam zou zijn voor de kandidaat, maar ook dat hij zich daar – omwille van zijn spirituele kwaliteiten – op zijn plaats zou voelen.

Peterschap maar ook spontane kandidaatstellingen…

Anderen stellen hun kandidatuur uit eigen beweging op basis van persoonlijke lectuur over de Orde. Mogelijk kent een kandidaat niemand tot wie hij zich in vertrouwen kan richten, zodat hij rechtstreeks aanklopt bij een loge waarvan hij het adres kent of bij de Reguliere Grootloge van België zelf.

Wanneer een “profaan” (iemand die geen deel uitmaakt van de vrijmetselarij) zich kandidaat heeft gesteld, neemt de benaderde loge – rechtstreeks of via tussenkomst van de Grootloge – contact met hem op volgens de modaliteiten voorzien in het reglement. Dan start een onderzoeksprocedure die uiteindelijk leidt tot een beslissing over de kandidatuur.

Een proces dat de nodige tijd in beslag neemt…

De onderzoeksfase kan relatief lang duren – meestal meerdere maanden – want vooraleer tot initiatie te kunnen overgaan, moet de loge in een aantal stappen de kandidaat beter leren kennen: zijn motivatie, zijn antecedenten, zijn verwachtingen, zijn potentieel en zijn houding ten opzichte van het maçonnieke werk. De loge wint deze informatie in via de “peters” die de kandidaat willen voorstellen of die werden aangeduid om hem te begeleiden, via “onderzoekers” aangesteld door de loge en tot slot ook via gesprekken die leden met de kandidaat hebben.

Het is ook zaak dat de kandidaat correct wordt geïnformeerd, zodat hij zelf de afweging kan maken of zijn verwachtingen in overeenstemming zijn met wat de traditionele en reguliere vrijmetselarij hem te bieden heeft.

In geen enkel geval zal de conclusie aan het einde van dit onderzoeksproces als een waardeoordeel worden beschouwd.

Het ongeduld dat in de profane wereld zo ingeburgerd is, heeft in de vrijmetselarij geen reden van bestaan. Ook voor overhaasting is er geen plaats. Wat hier nodig is, is een weloverwogen beslissing die rekening houdt met alle elementen van zowel de toekomstige vrijmetselaar als van de groep waarbij hij aansluiting zoekt.

Een elitair gedoe?

Aan een toetreding tot een loge zijn uiteraard bepaalde uitgaven verbonden, maar die zijn niet overdreven hoog. De gevraagde jaarbijdrage is relatief bescheiden en hangt af van loge tot loge. Het is bedoeld om de gemaakte werkingskosten te betalen: huur van lokalen, verwarming en diverse kosten voor het organiseren van de werkzaamheden.

Het maçonnieke leven brengt ook enkele andere kosten met zich mee zoals het deelnemen (niet verplicht) aan de gezamenlijke maaltijd.

Toetreden tot de vrijmetselarij is in ieder geval geen voorrecht, voorbehouden aan een rijke elite. Iedereen kan vrijmetselaar worden zonder zijn gezin of familieleden tekort te doen. Om toch een indicatie te geven: afhankelijk van de werking van de loges bedraagt de jaarbijdrage ca. 200 euro. Daarbij komen nog de kosten voor de maaltijden, kleding, liefdadigheid: ongeveer 300 tot 400 euro. De jaarlijkse uitgaven schommelen dus rond 500 à 600 euro.

Van de leden wordt op andere vlakken een veel grotere inspanning gevraagd. Zoals blijkt uit de antwoorden op de reeds gestelde vragen in deze brochure, is de vrijmetselarij geen gewone vereniging. Zij veronderstelt een reëel engagement en een actieve deelname van de leden. Om het leven in een loge optimaal te kunnen beleven, is een regelmatige aanwezigheid op vergaderingen en seminaries een noodzaak, moeten er soms tijdrovende functies worden uitgeoefend en wordt van de vrijmetselaar inzet en betrokkenheid bij de maçonnieke werkzaamheden gevraagd. Toewijding in de loge is essentieel voor de persoonlijke vervolmaking. De meeste loges vergaderen 15 à 25 keer per jaar.

Het vrijmetselaarsleven vraagt dat er de nodige tijd aan besteed wordt

Dat er zo veel van de vrijmetselaar geëist wordt, mag natuurlijk niet nadelig zijn voor zijn familiaal en professioneel leven. Toch vraagt het vrijmetselaarsleven dat er de nodige tijd aan besteed wordt. Hou er rekening mee dat er jaarlijks zo’n 15 tot 20 “zittingen” (rituele vergaderingen) zijn en dat er daarnaast nog enkele vergaderingen bijkomen (seminaries, voorbereiding van ceremoniële evenementen enz.).

De vrijmetselaar heeft bovendien de kans om “rond te trekken” en andere loges dan de zijne te gaan bezoeken. Hierdoor kan hij zijn maçonnieke activiteiten uitbreiden afhankelijk van zijn agenda en individuele tijdsbesteding.

Het is ook belangrijk te weten dat eenieder de vrijheid heeft om op elk moment zijn ontslag in te dienen en de loge te verlaten, zonder dat dit problemen of nadelige gevolgen voor hem heeft. Het spreekt voor zich dat dit niet aangewezen is omdat het maçonnieke traject nooit afgerond is en volharding en doorzettingsvermogen vergt, wat geleidelijk moet leiden tot spirituele verrijking en individuele vervolmaking. Daarnaast is er uiteraard ook nog het genot om telkens weer te kunnen samenzijn onder vrijmetselaars, met zijn “broeders” in een warme, vertrouwelijke en deugddoende omgeving. In de meeste gevallen wordt men dus vrijmetselaar voor het leven.

Een vrijwillige acceptatie

Iemand tegen zijn zin per se in de vrijmetselarij willen houden, is niet aan de orde. Dat zou ook geen enkele zin hebben omdat het lidmaatschap van de vrijmetselarij juist berust op de vrijwillige acceptatie van een aantal basisregels, op een sterk persoonlijk engagement en op de uitdrukkelijke wens om voortdurend aan zichzelf te werken. Dit alles in een constructieve en stimulerende omgeving, in een sfeer van sereniteit en rust, waar gezelligheid, broederlijkheid en het gevoel van tevredenheid centraal staan. Een dergelijk klimaat is ook nodig om met een open blik op de toekomst zichzelf te ontdekken en te leren “samenleven” met de anderen.

Vriendelijke, gezellige mannen die van het leven houden

We mogen ons de vrijmetselaars niet voorstellen als een groep nors uitziende mannen… Integendeel! We kunnen deze brochure niet afsluiten zonder nogmaals te herinneren aan de gezellige, hartelijke en warme sfeer die er heerst op de vergaderingen en tussen de vrijmetselaars onderling.

Elke “zitting” wordt vaak gevolgd door een broedermaal waar de sfeer gezellig is en de gerechten voortreffelijk… Ook dat maakt al van bij het begin deel uit van de maçonnieke traditie en daar wordt geen afbreuk aan gedaan!

De vrijmetselarij is weliswaar een ernstig gegeven, maar uiteindelijk is werken aan zijn eigen vervolmaking en daardoor ook aan een betere wereld, niet in tegenspraak met de mogelijkheid en het verlangen van elke vrijmetselaar om ten volle in het leven te staan en ervan te genieten. Elke vrijmetselaar zal dit kunnen beamen!