De Stilte

Na de inwijding geeft de Achtbare Meester een nieuwe broeder het strikte bevel om gedurende zijn leerlingentijd de stilte te bewaren. Op het eerste gezicht lijkt deze opdracht eenvoudig. Toch, groeit er na een aantal bijeenkomsten een tegenstand bij sommige leerlingen. Daarom hoort er meer uitleg bij die ‘stilte’.
Allereerst is er een verschil tussen stilte en stomheid. Dit laatste is een ziekte waarbij iemand niet in staat is te spreken. Maar als we de stilte zien in het kader van de symboliek is de stilte een aanzet tot ontdekking terwijl de stomheid er een soort afsluiting voor is.

In feite kan de stilte gezien worden als de korte tijd die er is tussen het in- en uitademen.

De echte stilte zoals hier bedoeld wordt, is de afwezigheid van lawaai. Broeders zijn anders dan de vrienden waarmee we op stap gaan. Binnen de stilte onder broeders kunnen ideeën rijpen, het beeld groeien en de inzichten duidelijker worden. We worden ons bewust van tegenstellingen, we zijn in staat om binnen te dringen in ons eigen bewustzijn. Elk menselijk wezen heeft zijn zichzelf een plaats waar stilte heerst. Zonder die zoektocht naar stilte wordt het onmogelijk om onszelf ten volle te kennen.

Inderdaad, we zullen onszelf nooit ten volle kennen. En toch, het is door de meditatie dat we ontdekken dat het waardevolle niet buiten maar in ons woont. Als we de oefening maken zullen we merken dat de stilte ons veel kan leren. Het onuitsprekelijke bijvoorbeeld zoals het begrip ‘liefde’ dat we hanteren in de Vrijmetselarij kan slechts duidelijk worden via deze weg.

De behoefte aan stilte dringt zich op bij de leerling vrijmetselaar. Het vergt jaren oefening en het veelvuldig deelnemen aan het maçonnieke arbeid eer een vrijmetselaar erin slaagt de zwaarte van zijn individu los te laten om de stilte in haar volle breedte mee te maken. Men kan de vooruitgang daarbij ervaren als de individuele stilte opgenomen wordt in de meer absolute stilte.