Basisregels

Welke zijn de basisregels en principes van de traditionele vrijmetselarij?

De vrijmetselarij – zoals die door de vrijmetselaars van de RGLB wordt beoefend is gebaseerd op een reeks regels en principes die de maçonnieke arbeid op een constante manier in tijd en ruimte omkaderen. Die regels en principes garanderen sereniteit en creëren een “omgeving” waarin de vrijmetselaar in alle vrijheid aan zijn persoonlijke vervolmaking kan werken.

Daar hoort ook bij dat de vrijmetselarij aanvaardt te geloven in de Opperbouwmeester van het Heelal, wat o.m. tot uiting komt in de aanwezigheid van de Bijbel die vergezeld kan zijn van de Thora of de Koran als heilig boek dat tijdens de arbeid geopend is en waarop een winkelhaak en een passer liggen. Dit wezenlijke onderdeel past misschien niet in het gedachtegoed van diegenen die zich beroepen op een of andere vorm van filosofisch materialisme en die elke benadering van het sacrale afwijzen. Zij verwarren dat basisbegrip vaak met dogmatisme, theologie en met wat sekten en kerken aanhangen. Dat is echter niet het geval voor wat de traditionele vrijmetselarij betreft, waar de initiatie als methode voor persoonlijke vervolmaking centraal staat.

Op deze manier kan iedereen met een spirituele overtuiging aan de arbeid deelnemen.

Sommigen kunnen dan wel betreuren dat de traditionele vrijmetselarij op deze wijze een groot aantal eerbare mannen afstoot, die te goeder trouw zijn en zeer eerbiedwaardige idealen voorstaan. Feit is wel dat deze mannen een andere denkwijze gekozen hebben waar een ander soort van vrijmetselarij bij hoort, die beter met hun ideeën overeenstemt: een vrijmetselarij die meer gericht is op de problemen van de buitenwereld.

De vrijmetselarij verwacht trouwens van haar leden dat zij de wetten naleven van het land dat de maçonnieke orde bescherming biedt.

De leden bespreken in de loge geen politieke of religieuze kwesties. Die zijn immers vaak oorzaak van spanningen en conflicten.

Trouw aan de initiatieke traditie

Omwille van het initiatieke karakter van hun werkzaamheden en overeenkomstig de regels van de traditionele vrijmetselarij kunnen reguliere vrijmetselaars alleen bezoekende vrijmetselaars tot hun logewerkzaamheden toelaten die ingewijd zijn in loges die deel uitmaken van erkende Obediënties (waar ook ter wereld).

Niet-reguliere vrijmetselaars zouden immers deelnemen aan werkzaamheden en er zich tegelijkertijd van distantiëren door er de basisprincipes van te betwisten.

Omgekeerd zullen vrijmetselaars die ingewijd zijn in de regulariteit, niet deelnemen aan zittingen van loges die deel uitmaken van niet-erkende Obediënties.

Een en ander hangt samen met de eerbied voor de “Koninklijke Kunst” en met het feit dat een rituele zitting geen gewone bijeenkomst is van vrienden of kennissen. Het gaat om initiatieke werkzaamheden waarbij individuele betrokkenheid en wederzijds vertrouwen tussen de deelnemers voorop staan.

Alles is vrij eenvoudig als men maar niet uit het oog verliest wat het onderscheid is tussen de loge en de profane buitenwereld. Elke vrijmetselaar heeft uiteraard waardevolle vrienden die geen vrijmetselaar zijn. Zo ook kan hij waardering hebben voor niet-traditionele vrijmetselaars. Dergelijke relaties – hoe hecht die ook mogen zijn – komen echter tot hun recht en hebben hun plaats op andere locaties en op andere tijdstippen.

De regulier vrijmetselaar verplicht er zich bovendien toe om alleen deel te nemen aan rituele zittingen in loges die deel uitmaken van Obediënties die de traditionele en reguliere vrijmetselarij beoefenen en die als dusdanig erkend zijn.

Wat betekenen gelijkheid en vrijheid voor een vrijmetselaar?

In een loge zijn alle vrijmetselaars gelijk, wat ook hun sociale status is. In een loge hebben alle leden dezelfde rechten, maar ook dezelfde plichten.

Iedereen kan vrij en in alle openheid zeggen wat hij wil. Hij heeft ook de zekerheid dat de anderen met aandacht naar hem zullen luisteren en erover zullen nadenken.

Als men het over vrijheid heeft, moet men dat begrip anders beschouwen dan louter in de politieke of maatschappelijke betekenis van het woord. De vrijheid van de vrijmetselaar is niet hetzelfde als wat de staat of andere overheden daarmee bedoelen. In de vrijmetselarij betekent vrijheid de inspanning die men levert om vrij tegenover zichzelf te zijn, vrij in zijn manier van denken en handelen.

Deze regels zijn een onderdeel van een volledig en logisch geheel en worden gevolgd door alle Obediënties in de hele wereld die de oorspronkelijke vrijmetselarij volgen. Op die manier wordt de continuïteit en coherentie doorheen de eeuwen verzekerd. Het schrappen – ook gedeeltelijk – van die regels in een loge zou de facto de verdwijning van het traditionele en reguliere karakter van een loge betekenen.

Wat  houden de begrippen “broederlijkheid” en “verdraagzaamheid”  in?

In de vrijmetselarij is broederlijkheid niet het simpele gevolg van een gemeenschappelijk verlangen om vriendschappelijke relaties aan te knopen. De broederlijkheid vindt zijn oorsprong in het feit dat alle vrijmetselaars zich hebben verbonden tot een inspanning op de gemeenschappelijke weg van het zoeken en van spirituele verrijking. Elkeen is aldus met zijn broeders verbonden door de gedeelde ervaring van een beleefde en doorleefde symboliek.

Verdraagzaamheid is eigenlijk niet de juiste term, want die veronderstelt dat men de andere moet “verdragen” ondanks de verschillen die er zijn. In de vrijmetselarij moet de term verdraagzaamheid worden beschouwd als een oprecht verlangen om naar de andere te luisteren en hem te begrijpen en vooral zichzelf juist te verrijken door die verschillen. Op die manier kan er samen aan de weg worden getimmerd. Voorwaar geen makkelijke opdracht…